Dag Rotterdam, tot gauw!

Rotterdam, als een gewond dier vluchtte ik naar jou. Binnen jouw brandgrenzen vond ik rust.

Een gelukszoeker was ik en ben ik nog steeds, ik vind het alleen steeds meer. Ik heb gezworven in je straten, omdat ik het heel lang niet meer wist.

Rotterdam, ik heb pas het laatste jaar echt van je kunnen genieten, maar wat vond ik het fijn om die energie en geborgenheid te voelen, geen bekende tegen te komen en alleen te kunnen zijn of alleen met mijn dochter te kunnen zijn.

Jou te leren kennen was mooi, overdag, ‘s avonds, in de nacht en later ook bij het ochtendgloren. Verleden, heden en toekomst voelde ik overal. Ik hou van je sfeer van gelijkwaardigheid, van samen maar toch ruimte om jezelf te zijn.


Schoonheid zie ik in kunst op iedere straathoek en in elke architectonische poging om jou mooier te maken. De goed bedoelde mislukkingen en bejubelde pronkstukken. Het maakt jou mooi, de perfect geworden imperfectie en drang om uit te proberen.

 

Rotterdam, ik kende je al wel langer uit mijn studietijd en vond je toen een werkstad, geen woonstad. Ik heb weleens gedacht dat ik juist jou opzocht omdat jij weer opgebouwd moest worden en dat de energie was die ik voelde na mijn eigen ineenstorting.

 

Bij mijn vertrek liet ik een traan omdat ik toen pas zag dat je lang genoeg met liefde moet bouwen voordat een hart weer hard klopt en het naar buiten kan stralen. Dan komt het moment dat niemand om je heen kan.

Dat is wat ik zag en dat is wat ik voel als ik je alleen of samen steeds één keer in de paar weken kom bezoeken, op mijn fiets door je straten en langs het water rij om de energie te voelen, mijn fundament te voeden en te koesteren.

(click to enlarge - 2nd slideshow at the bottom)

All copyrights
[video+images+text]
Glenn van Vredegem © 2018